Bewegingswetenschappen
Bewegingswetenschappen

WO Opleiding
Onbekend
4 Jaar
WO
Letteren
WO
--
Onbekend

Intro
Heeft bewegen zin? Is het goed voor je gezondheid? Hebben bejaarden baat bij bewegen? Zijn er grenzen aan (top)sportprestaties? Zou je met een kunstbeen sneller revalideren als je aan lopen denkt? Is bewegingsgedrag te beÔnvloeden? Kan een robot leren voetballen? Wat is de relatie tussen hersenen en gedrag als je loopt en struikelt? Wat gebeurt er dan precies? Dit soort vragen staan bij bewegingswetenschappen in Groningen centraal. Een bewegingswetenschapper onderzoekt de achtergrond van deze vragen en probeert er antwoord op te geven.

Toelatingseisen
Vooropleiding:
VWO-diploma, Met profiel Natuur en Gezondheid (m.i.v. sept. 2010 aangevuld met natuurkunde en advies wiskunde B) of Natuur en Techniek, aangevuld met biologie., De andere twee profielen moet je aanvullen met wiB1, na1 en biologie.

Is deze studie iets voor jou?
Je hebt belangstel≠ling voor sport, bewegen en gezondheid. Je vindt de medische, de psychologische en de sociale aspecten van het menselijk bewegen interessant. Je wilt bijvoorbeeld graag weten wat de invloed van informatie is op hersenen en motoriek. Of je wilt weten hoe je zo snel en goed mogelijk kunt revalideren na ziekte. Je vindt het bovendien leuk om samen te werken met professio≠nals als trai≠ners, docenten, therapeu≠ten, (sport)artsen, managers, en soms ook met patiŽnten of cliŽnten.

Wat houdt de opleiding precies in?
Bewegingswetenschappen houdt zich bezig met het menselijk bewegen in de ruimste zin. Men doet onderzoek onder (top)sporters, onder ouderen, onder mensen met een beperking en kijkt hoe talent ontstaat: is dat aangeboren of ligt het ergens anders aan? In de driejarige bachelor maak je kennis met vakken vanuit de medische hoek, je bestudeert de (neuro)anatomie, de (neuro- en inspannings)fysiologie. Je volgt bewegingspathologie, bio- en neuromechanica. Daarnaast krijg je vakken als (neuro)psychologie, sportpsychologie, pedagogiek en wetenschapsfilosofie. In het derde jaar leer je een onderzoek opzetten. Je sluit het derde jaar af met een bachelorafstudeeronderzoek. De masteropleiding duurt twee jaar. Het eerste jaar van de master wordt besteed aan verdere verdieping op het terrein van o.a. bewegingssturing, neuromechanica, inspanningsfysiologie, wetenschapstheorie en statistiek. Het tweede jaar doe je een eigen onderzoek, mogelijk in het buitenland. Je sluit het afstudeeronderzoek af met een Engelstalig artikel.

Waar kan je terecht voor werk?
Bewegingswetenschappers komen vooral terecht in (advies)functies die te maken hebben met sport, bewegen en gezondheid en waarvoor een wetenschappelijke opleiding noodzakelijk is. Daarbij kun je denken aan onderzoeker in een ziekenhuis, adviseur bij een sportbond of gezondheidsinstelling, bewegingsdeskundige in een revalidatiecentrum of beleidsmedewerker bij een gemeentelijke instelling op het terrein van breedtesport of bij het NOC/NSF. Je kunt ook een eigen bureau beginnen of gaan werken als organisatieadviseur. Ongeveer 15% van de afgestudeerden komt in het onderzoek terecht en doet daarnaast soms ook taken op het terrein van onderwijs.

Video over deze studie
<div>Korte film over de studie Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen</div>

Bron: Rijksuniversiteit Groningen